Warmtenetten voor emissievrije gebouwen

Warmtenetten spelen een rol in de ontwikkeling naar emissievrije gebouwen (zero emission buildings of ZEB). In de originele tekst van de EPBD IV wordt gesproken over stadsverwarming en -koeling. De vraag is natuurlijk hoe eventuele emissie van CO2 door de opwekker van het warmtenet beschouwd wordt. Want een ZEB-gebouw genereert ter plaatse geen koolstofemissies uit fossiele brandstoffen en (op andere plaatsen) geen of zeer weinig broeikasgasemissies. Eventuele CO2-emissie door de opwekker van het warmtenet wordt mogelijk niet als “ter plaatse” gezien en is dus mogelijk.

Artikel 11 van de EPBD IV geeft een uitgebreidere definitie van wat een emissievrij gebouw is. Daar lezen we opnieuw dat er ter plaatse geen koolstofemissie uit fossiele energiebronnen is. Verder lezen we dat de energievraag ten minste tien procent onder de drempel voor het totale primaire energieverbruik per 28 mei 2024 moet liggen. Met andere woorden: er kan nog steeds een verbruik van primaire energie zijn; maar dat ligt minimaal 10% lager dan de eis van 2024 (in Nederland de BENG-eis). En onder artikel 11.7.C lezen we dat het primaire energieverbruik mag worden gedekt door een efficiënt systeem voor stadsverwarming en -koeling, overeenkomstig artikel 26, lid 1, van Richtlijn (EU) 2023/1791. Wat precies de norm is om een warmtenet ‘efficient’ te noemen, wordt elders gedefinieerd. Verwacht mag worden dat warmtenetten die gevoed worden door een WKO-installatie, zonnewarmte of restwarmte wel onder deze definitie vallen.

Bureau Kent adviseert over emissievrije gebouwen (zero emission buildings ZEB).